men duidelijk wil uiteenzetten hoe iemand er in zijn ongeluk, ziekte enz. uitzag. > Afkloppen: wanneer men na het vertellen van iets goeds, hierdoor de booze geesten geen gelegenheid tot ingrijpen wil geven.
den haard houden: ) als teeken van rouw zijn baard niet den baard laten staan: ) laten wegnemen, met het boek loopen: als bode eener Vereeniging fungeereD, draag het met gezond: wensch tot iemand die een nieuw
kleedingstuk drnagt, door deze beantwoord met: leef met gezond (= gezondheid).
Erwtemarkt: gedeelte van den Binnen Amstel (tasschen Blauwbrug en Halvemaansteeg te Amsterdam.)
Houtmarkt: Oude naam voor Jonas Daniël Meierplein te A'dam.
de Kaap, Kaapsche tijd: de bekende bloei-periode in de Amsterdamsche diamantindustrie, in het begin der jaren na zeventig.
Kaper: een diamantbewerker pit dezen tijd, overdrachtelijk:
iedere diamantbewerker, die een ruime verdienste heeft
(bij voorkeur ironisch gebezigd). Kaapsche vrouw: vrouw van een diamantbewerker, gekleed
naar de laatste mode, met juweelen behangen, (eveneens
ironisch gebezigd). Hij is al bij het Kalfje: als variant op: hij is al op de Hakke-
laarsbrug. (Het „Kalfje" is de naam eener uitspanning,
gelegen halverwege Amsterdam en Ouderkerk a.d. Amstel,
alwaar de begraafplaats der P. I. Gemeente te Amsterdam.)
= hij staat resds met zijn ééae been in het graf. Klaniool: verachtelijke naam (ontstaan door metathesis uit
«Kloniaal") voor een Jood, die zioh voor het Indische leger
beeft laten aanwerven. Komkommerbuurtje: Korte Amste!s raat (tusschen N. Achtergracht
en Binnen Amstel) te A'dam. voor alle minuten (oogenblikjcen) zijn : in het allerlaatste stadium
van zwangerschap verkeeren. Nou ga!: spreek mij er niet langer over (als men geen groot
vertrouwen schenkt aan iemands woorden). Rotterdammertje: naam, waaronder het Weekblad v, Isr. Huisgezinnen te R'dam verschijnende, bekend is. Snerlloods: lokaal in de Uilenburgerstr. waar 's winters soep-
uitdeeliag wordt gehouden. Stroomarkt: oude benaming voor „Waterlooplein" te A'dam. Verkoopening: verkooping of openbare veiling. Iemand zijn vet geven: den mantel uitvegen. IJzeren Hein: iemand, die zich dwaas aanstelt. Een IJzeren
Hein wordt in de Joodsche volksbuurt genoemd een breed
kopje, niet voorzien van een oor.