•f ;
17. Wat ik doe.
fnf Zeer levendig.
1=/. ^
I
O 5
mf
3. 3
rv
305 3*3 3*3
05|l«1 1-1 105i1*1 1«1
1. Ik sohof-fel en ik wied, Ik hark en poot en
2. Een poos - je duurt het maar. Of 'k ben met al - les
3 0 5
Tfr.
-P-
6*6 6«6 5»1 4»3
1 0 3
3*1 6*1
1. giet Op paad-jen en op perk-jen en op
2. klaar En vlug neem ik het tuin - ge - reed-schap
2 0 0 0 5
7 0 0 0 5
4*3 4*3
2•^ 2*1
1. bed;
2. op;
'kWed, dat geen en - kei
Eerst snel ik naar de
3 • 4
7 1
man Het
schuur, Daar