verdiend, doch de onvastheid van woonplaats maakt ook aan deze heerlijkheid soms een einde.
Buiten de officieren van gezondheid heeft men in Indië nog de stads-geneesheeren in de grootste steden, en de door het Rijk aangestelde civielgeneesheeren (op Java en Madoera 47), die voor een toelage van f2400 tot f5400 een groot aantal ambtenaren gratis moeten behandelen en verder hun praktijk uitoefenen onder de gegoede Europeanen en Chineezen en op landbouw- of nijverheids-ondernemingen.') Eindelijk zijn er artsen, die geheel van hun particuliere praktijk bestaan, op Java een zestigtal; in de buitenbezittingen slechts weinigen, maar bij ondernemingen bestaan ongeveer 40 betrekkingen, waarvan de helft in Deli, van f 9600 tot f 14400, al of niet met eenige particuliere praktijk. De geheele bevolking van particuliere Europeesche artsen in het Eilandrijk bedraagt dus ongeveer 150.
Nu zijn er nog geneeskundige ambtenaren: de inspecteur van den burgerlijken geneeskundigen dienst, de geneesheeren bij de mijnen öp Banka en Sumatra, de stadsgeneesheeren, de geneesheer bij het marine-etablissement, de krankzinnigenartsen en de artsen bij het geneeskundig laboratorium, de koepokinenting en de school voor inlandsche artsen. Zij hebben recht op pensioen en verlof. Hun traktementen bedragen van f3000 tot f12000 en meer. Meestal worden daartoe in Indië verblijvende geneesheeren benoemd.
Het leven in Indië is duur. Te Batavia heeft een arts f 1000 tot f1200 per maand noodig, op de binnenplaatsen ten minste f 400.
Een deel der goede praktijken is door „koop" ver-
1) Zie noot op bladz. 48.