Het beroep voert den beoefenaar langs veel leed en ellende; maar, gelukkiger dan de meeste andere menschen, wien dit alles ook niet ongemerkt voorbij gaat, is het hem gegeven, zijn deel te mogen bieden om die te verhelpen of te verzachten, en dat behoedt hem voor het pessimisme van hen, die werkeloos den schaduwkant van het leven moeten aanzien. En het schijnt, dat die afwisseling van geestes- en lichaamsinspanning, die wisseling van gemoedsindrukken, welke het geneeskundig beroep oplevert, voor lichaam en geest gezond zijn: getuige de opgewektheid van zoo vele onzer in het vak vergrijsde kunstbroeders.
Daarom: het is een goed beroep, dat van arts.
1) Noot van bladz. 43.
In de Indische Begrooting voor 1913 wordt voorgesteld, een grooter aantal artsen voor den burgerlijken geneesk. dienst aan te stellen, deels ook ten behoeve van den quarantainedienst. Het traktement stijgt van f4800 na 7 jaren dienst tot f8400; bij het in dienst treden wordt f2000 gratificatie verleend. Een deel dier artsen mag geen particuliere praktijk uitoefenen. Die krijgen f600 'sjaars toelage en f300 voor lokaalhuur. De opbrengst der particuliere praktijk kan in de plaatsen, waar die is toegestaan f 2400 tot f 6000 's jaars bedragen.
Bij de aanvaarding van het ambt mag men niet ouder zijn dan 30 jaar. Bij de keuze voor andere geneeskundige ambten zullen voornl. deze civiel-genees-heeren in aanmerking komen.