DADINQ.
183
die bij boedelbescheiding voor meer dan een vierde benadeeld
zijn. Hier zal toch ook m.i. eene dwaling in 't subjectieve recht
van een der partijen of van beiden bedoeld zijn, ni. 't recht, dat
een der partijen heeft.
Vernietiging der dading. Niettemin kan eene dading vernietigd worden
wanneer er dwaling heeft plaats gehad omirent den persoon of
omtrent 't onderwerp van 't geschll. Dit is in overeenstemming
met wat bij de voorwaarden tot de bestaanbaarheid der over-
eenkomsten omtrent dwaling vermeld Staat. De eene parti]' dacht
eene dading te treffen met een bepaald persoon, doch zij is door
valsche voorstellingen er toe geleid en trof de dading met een
ander. Dit levert een grond tot vernietiging der dading op, en
eveneens bij eene dwaling omtrent 't onderwerp van 't geschil,
daar hier partijen overeenkwamen omtrent een geschil, dat eigenlijk
niet 't aanhangige is.
Bedrog en geweld. Zij kan verder vernietigd worden in aile de gevallen,
waarin bedrog of geweld heeft plaats gehad. Art. 1896.
Bedrog en geweld leveren altijd grond op tot vernietiging der
overeenkomst. Bedrog wanneer de kunstgrepen, door een der
partijen gebezigd, van dien aard zijn, dat 't klaarblijkelijk is, dat
de andere partij zonder die kunstgrepen de verbintenis niet zou
hebben aangegaan ; geweld, wanneer 't van zoodanigen aard is om
op een redelijk mensch indruk te maken, en wanneer 't hem de vrees
kan inboezemen, dat hij zijn persoon of zijn vermögen aan een
aanmerkelijk en dadelijk aanwezend nadeel zou blootstellen.
Insgelijks kan men de vernietiging eener dading vragen, wanneer
zij, tengevolge eener dwaling in feiten, is aangegaan ten aanzien
van een titel die nietig was, behalve in 't geval, dat partijen
uitdrukkelijk over die nietigheid eene dading gesloten hebben.
Art. 1897. De partijen verkeeren ten gevolge van valsche voor-
stellingen van de feiten in de meening, dat een titel (de basis
waarop een rechtj steunt) geldig was, terwijl zij in waarheid nietig
was, dan kan de dading vernietigd worden, doch waren zij met
de nietigheid bekend en belette dit hen niet om toch eene dading
daarover te treffen, dan is die dading geldig.
Valsche stukken. Een dading aangegaan op grond van .stukken, die
naderhand zijn bevonden valsch te zijn, is ten eenenmale nietig.
Art. 1898.
Vonnis. Eveneens is nietig eene dading over een geschil, waaraan reeds