ooit gewaagd zou hebben de dame met de waaier of den mijnheer met de -globe of dien met de retorten of het doodshoofd zelfs maar tegen te spreken, was-zoo onwaarschijnlijk, dat niemand het ooit veronderstelde. . Het is het lot van de meeste geschilderde grootheden, die niet verbranden of afschilferen, om na een goede honderd jaar in een museum te worden opgehangen, waar hun nobel of vermanend gebaar geen sterveling meer imponeert, en daarom hadden de leden der familie Maranus in zooverre geboft, dat zij tenminste getuige bleven van wat er in het leven hunner afstammeling, althans in zijn studeerkamer, alzoo geschiedde.
En het moest hun nazaat ook wel een aangename rust geven, het denkbeeld, dat hij de wetenschap, in dit geval de kunstgeschiedenis, in deze kamer diende, letterlijk onder de oogen van zijn voorvaderen.
Die voorvaderen hadden trouwens ook eenmaal in ditzelfde vertrek geleefd, gedacht en gearbeid; er zweefde nog iets van hun verstorven levens in deze kamer, een geur van lavendel en snuif en palissanderhout en oude perkamenten.
Er was ook geen plek in de kamer, waar iets kon geschieden, dat aan de blikken dier voorvaderen ontsnapte en menige bezoeker, die even alleen gelatenl werd, kreeg, zonder dat hij wist hoe 't kwam, het onbehagelijke gevoel of hij in zijn eenzaamheid bespied werd. Dan zag hij ineens, dat het de voor-