vader met de globe was, die hem op ee,n impertinente wijze aanstaarde.
Hij sloeg zijn oogen neer, kuchte even om eenig geluid te hooren, zette zijn stoel een halve slag om, maar dan keek de alchimist hem met een soort verwonderde minachting aan ; opnieuw draaide hij weg met een half gesmoorde verwensching op zijn lippen, maar dan kreeg hij dadelijk een schok door zijn lijf door den voorvader met het doodshoofd, die hem dreigend biologeerde; sterk gedemoralisrd voelde hij dan na nog een wending de scherp critische blik op zijn huid van de dame met de waaier, en dan ineens van alle zijden gepriemd en getreiterd door dat afschuwelijke gekijk, besloot hij gewoonlijk juist zich door de vlucht aan dit gemartel te onttrekken, als professor Maranus weer binnenkwam, en zoodra deze laatste het vertrek betrad, trokken de voorvaderen zich altijd dadelijk terug.
Nog nimmer, zoolang ze daar hingen, waren de grootmoeder en de voorvaderen zoo buiten zichzelf geraakt van machtelooze verontwaardiging als op het moment, waarop deze geschiedenis feitelijk een aanvang neemt.
Professor Maranus was niet in de kamer; op de bezoekersstoel zat een meneer, maar wel verre van de gewone angstronde te doen onder de biologeerende blikken der voorvaderen, nam deze heer van die voorvaderen envenveel notitie of ze vliegen waren