palladiumsol, welke zeer bestendige oplossingen van die metalen geven van grote katalytiese aktiviteit.
Dit alles mag men tegenwoordig onder de „bekende zaken" rekenen. Ieder die zich met het hydreren heeft bezig gehouden, kent de geschiedenis van de bereiding der kolloïdale platina- en palladiumsolen. In de reeds aangehaalde litteratuur vindt men deze breedvoerig uiteengezet, met opgave van de vele publi-katies die op dit gebied zijn verschenen, en wij menen daarom met het bovenstaande, uiterst beknopte overzicht, te mogen volstaan.
Het doel van ons onderzoek bepaalt nu welke van de bovengenoemde katalysatoren voor ons het meest geschikt zijn. Bij snelheidsmetingen moet het mogelik zijn verschillende proeven te doen die elk genomen zijn met een volkomen gelijke hoeveelheid van de katalysator. Daarom verdient het geen aanbeveling om platina-zwart te gebruiken, dat bij iedere proef opnieuw moet worden afgewogen. Dit is omslachtig. Veel ge-makkeliker en nauwkeuriger kan men een sol nemen, en daarvan voor iedere proef een bepaald volume afpipetéren. Om deze redenen vervalt dus ook de methode van Skita1) waarbij palladiumchloruur, benevens arabiese gom aan de oplossing van de onverzadigde stof wordt toegevoegd, waarna, bij het toetreden van de waterstof, het palladium kolloïdaal in oplossing gaat.
Zoals we reeds opmerkten is het gebruik van een platina of palladiumsol als katalysator het meest aan te bevelen en daar deze metaalsolen, bereid volgens Paal, in den regel weinig stabiel, en bovendien in zure oplossing helemaal niet bruikbaar zijn, hebben wij de onze gemaakt volgens de methode van Skita en Meijer. De verkregen oplossingen waren zeer bestendig, zeer aktief en ook in zuur medium bruikbaar.
Zoals in de inleiding reeds werd betoogd, lag het aanvankelik in onze bedoeling het oliezuur, linolzuur en linoleenzuur te hydreren, en onze oriënterende proefnemingen zijn dan ook met deze stoffen uitgevoerd. Eerst moest echter een geschikt oplos-
i) Ber. 42, 1627 (1909).