»Laat ik je dadelijk geruststellen met de medédee-ling, dat er van die vijf en twintig, na schifting...« begon Jelles.
>Na een zeer nauwgezette en zorgvuldige schifting,* verbeterde Daan.
»Juist drie candidaten overbleven, die min of meer ernstig voor een benoeming in aanmerking komen,* eindigde Jelles^
»En bij die drie is Bartout?« vroeg zijn vrouw haastig.
^Natuurlijk 1* zei Sybo en Daan zei ook natuurlijk* en Jelles bevestigde het met een hoofdknik.
»De andere twee?* vroeg mevrouw Hettema, in de vierde clubfauteuil neerzijgend.
»Melchior Seelman,* zei Jelles.
>Dat dacht ik al .... Melchior---- welja. 4..
waarom niet....!« zei zijn vrouw met een verachtelijk neusoptrekken.,
»Ze waren alle drie present,* sprak Sybo, zijn leeg glas nog eens aan zijn mond zettend, waarna'hij het op het tafeltje plaatste.
^Natuurlijk,* sprak zijn schoonzuster, die dadelijk oprees en het opnieuw ging vullen.
»Ja,« zei Jelles, »Tobias, David en Johannes Seelman, hebzuchtig en wantrouwig en schriel als gereïncarneerde Harpagons.«
»En de derde candidaat?* vroeg zijn vrouw. »Hoe heette die?*