DE DRIEDUBBELE VROUW.
I.
Het was onmogelijk zich een deftiger en stemmiger vertrek voor te stellen dan de studeerkamer van professor Maranus.
Op den vloer lag een dik bruin tapijt, dat het geluid van alle voetstappen zoo verdofte, dat iedere bezoeker, wiens laarzen tenminste niet kraakten, na 't binnen komen even verschrikt naar zijn voeten keek, omdat hij een oogenblik meende nog op zijn' pantoffels te zijn.
De meubels, die er stonden, waren van een doffe, donkere houtsoort en zichtbaar zwaar; de geweldige schrijftafel stond kloek en onwrikbaar op zijn dikke pooten en boog in het geheel niet door onder den last der zware folianten en der bijna topzware stapels wetenschappelijke periodieken, die da geleerde eigenaar bij zijn tegenwoordige studie telkens moest raadplegen.
Ter weerszijden van den schoorsteen waren de groote antieke kasten; daaruit staarden de hoofden