Full text: Beknopt overzicht der geologie van Nederland door R. Schuiling

46 
Borkeloo n.o.) bevinden ze zich alle in den vijfhoek: Hen- 
geloo—Delden—Goor—Nede—Eibergen. De hoogte is 1—3 
M., de breedte 1—3 K.M., de lengte tot 15 K.M. Op de 
Veluwe vindt men zulk een eindmoreene z.w. van Otterloo. 
Van de drie typische heuvelvormen in het glaciale land- 
schap — drumlins, asar en kames — is de eerste binnen 
O 
onze grenzen nog niet bekend. Asar en kames zijn door 
Van Baren aangewezen op het diluvium ten oosten en ten 
westen van den IJsel. Het noorden der Veluwe is een kame- 
landschap (van Ermeloo en Wiesel n.o. naar Hattem); op 
het noordoostelijk deel daarvan en ook in het oosten en 
noordoosten van Twente vindt men asar. 
Een mooi voorbeeld vindt men tusschen Epe en den Woldberg; zoowel de 
grintweg van Epe naar de Dellen, als het fietspad van Heerde naar de Dellen 
O 
snijden het slingerende as, dat duidelijk aan een rivierbed herinnert. 
Söïle zijn het eerst door Lor ié aangewezen bewesten den Hondsrug bij 
Gieten. Ze komen ook op de Veluwe voor; tusschen Uddel en Garderen draagt 
één zelfs den naam Soll. *) 
Naast het keileem moeten vermeld worden de geweldige 
hoeveelheden puin en zand, afkomstig uit de grond- en binnen- 
moreenen van Tïèl~landijs en door de smeltwaterstroomen 
verder getransporteerd. Het werd onder of aan den buitenrand 
van het ijs neergelegd en vermengde zich met het zand van 
het Z. D., waarvan het moeilijk is te ónderscheiden. Schroeder 
van der Kolk heeft aangewezen, dat het gehalTë~ aan 
zware mineralen het beste herkenningsmiddel is. 
Zand uit het N. D. bevat meer dan 0.4 °/0 van het gewicht aan zware mine- 
ralen (mineralen met minstens 2.89 S. G.), dat uit het Z. D. veel minder. 
Na den ijstijd is het zand, zoowel dat van het N.D. als 
dat van het Z.D., door de stroomende wateren naar den voet 
der heuvelhellingen en de dalen gevoerd (dalzand), terwijl de 
wind het vervormde tot zandstuivingen en, met hulp van de 
zee en de zon, tot duinen. Samen noemt men deze formaties, 
voor zooverre ze tot het diluvium behooren, zanddiluvium. 
Is het ijs ook tweemaal in ons land geweest, zoodat ook 
wij een boven- en een onderkeileem kunnen onderscheiden, 
gelijkwaardig met de Duitsche „Untere Geschiebemergel" en 
„Obere Geschiebemergel" ? Van Baren meent, dat op de Veluwe 
en verder westwaarts het glaciaal puin afkomstig is van den 
Hoofdijstijd; rood leem, op het midden der Veluwe aanwezig, 
l) Zie de Geomorphologische Ooei zichtskaart in mrjn Handboek (blz. 92).
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.