Full text: Jaarboek der Universiteit van Amsterdam 2, ... . 1955-1956 (1955-1956)

tot stil en critisch schouwen, maar niet tot juichen. Vreugde kan hoogstens 
geven het besef, dat er in de strafrechtswetenschap beweging zit, dat zij dus 
leeft, dat er in haar is de niet aflatende drang om in het bestaande verbetering 
te brengen, om aan te pakken de onderontwikkelde gebieden. Want die zijn 
er! — Het zij mij vergund U hedenmiddag naar één daarvan te voeren, nl. 
naar het terrein van de uitlevering, dat wel raakpunten heeft met staats- en 
volkenrecht, maar in zijn wezen behoort tot de provincia van het strafrecht, 
welks verwerkelijking zij immers bedoelt te steunen. — 
In ons land wordt de uitlevering beheerst door de Uitleveringswet van 1875, 
in die tijd wel op peil vergeleken bij andere landen en ook thans niet veel 
slechter dan het merendeel der extraditievoorschriften. Bezien echter in het 
licht van de evolutie van het sociale leven en van de denkbeelden omtrent de 
wijze, waarop staten zich onderling behoren te gedragen, is zij als verouderd 
aan te merken. In vele geschriften, op talrijke eraan gewijde congressen heeft 
de wetenschap plannen ontworpen voor de ontginning en ontplooiing van dit 
gebied, maar hun aanvaarding stuit op sterke weerstanden. De practijk van 
het rechtsleven blijft stug; noch in de wetten, noch in de verdragen worden de 
zo nodige veranderingen en verbeteringen aangebracht. Ook de jongste poging, 
door de Juridische Commissie van de Raad van Europa in 1954 ondernomen, 
tot het opstellen van een model-uitleveringsverdrag brengt geen grootse ver- 
nieuwing. Hierin zijn practici aan het woord, die zich beperken tot het momen- 
teel bereikbare. Het bevat weinig meer dan de grootste gemene deler van het 
reeds aanvaarde, nuttig voor die bij de Raad aangesloten landen, die, wat de 
uitlevering betreft, nog volkomen maagdelijk zijn, maar niet voor die staten, 
die door de gezamenlijk geleden oorlogsellende tot een bijna broederlijke 
samenwerking zijn gekomen of willen komen. 
Het is verwonderlijk, dat terwijl de lucht davert van de roep om integratie 
op politiek, militair, economisch en sociaal terrein, het ineenslaan van de handen, 
waar het gaat om meer effectieve bestrijding van de misdaad, nog zo aarzelend, 
zo weinig van harte geschiedt. Te meer verwonderlijk, nu de andere zo juist 
genoemde intensieve samenwerkingen onvermijdelijk gepaard zullen gaan met 
het brengen van offers door de daarbij betrokken staten, terwijl bij een betere 
coöperatie op het terrein der uitlevering niemand ook maar één veer zou be- 
hoeven te laten, behalve uiteraard de misdadiger; maar om zijn ongereptheid 
is het dan ook allerminst te doen. 
Tussen staten, die streven naar uitwissing der grenzen, naar vestiging van 
één markt, naar gezamenlijke verdediging van hun grondgebied, kan de thans 
bestaande wijze van uitlevering niet gehandhaafd blijven, die, beheerst als zij 
wordt door de angst voor afknabbeling der eigen souvereiniteit, een benepen- 
heid en een waanwijsheid vertoont, die de gevluchte misdadigers ten goede 
komt ten detrimente van de door hen benadeelde staten. 
Wat is nu eigenlijk die uitlevering en wat bedoelt zij? 
Zij is niets anders dan internationale rechtshulp; zij bedoelt de terbeschik- 
kingstelling van een misdadiger door het land, waarheen hij vluchtte, aan de 
regering van de staat, jegens welke hij zich misdroeg, maar wiens vervolgings- 
recht halt houdt bij zijn grenzen. Zullen diezelfde grenzen niet de door de mis- 
dadigers gezegende lijnen blijven, waarachter zij zich veilig kunnen gevoelen, 
dan zal het land, waarheen zij een goed heenkomen zochten, het getroffene 
ginds moeten helpen. 
Uitlevering veronderstelt dus enerzijds een zich gemakkelijk uit de voeten 
kunnen maken van delinquenten, anderzijds hulpbereidheid tussen staten. 
Dit verklaart de betrekkelijke jeugd van dit rechtsinstituut. Eeuwenlang zijn 
38
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.