fullscreen: Provinciale almanak van Friesland voor ... . 1870 (1870)

diepte, moet het zekere voor het onzekere genomen worden en zou de gemeente Amsterdam niet verantwoord zijn afdoende maatregelen uit te stellen, ook al mocht achteraf blijken, dat verder uitstel geen direct bezwaar zou opgeleverd hebben." 
Ik geloof, dat men den heer L. v. R. dankbaar moet zijn, dat hij in deze weinige woorden op zeer duidelijke wijze het standpunt waarop Z.E.A., en waarschijnlijk ook Burg. en Weth. van Amsterdam, zich gesteld hebben, heeft weten te formuleeren. Voor mij, die een tegenovergesteld gevoelen huldigt, is het daardoor in ieder geval gemakkelijker geworden het onjuiste van dat standpunt aan te toonen. 
In de eerste plaats dan punt i°, waar als vast staande voorop gesteld wordt, dat eene aanvullende waterleiding noodzakelijk zou wezen. Reeds in mijne brochure heb ik aangetoond, dat eenig bewijs voor de juistheid dezer stelling nergens, noch in de voordracht van Burg. en Weth., noch in de daarbij behoorende stukken te vinden is. Wel echter vindt men in die stukken een sterk sprekend en ik zou haast zeggen alles afdoend bewijs voor het tegendeel van die juistheid. Daar wordt ons nl. medegedeeld, dat de minderheid in de Commissie van Bijstand van meening was, dat er geen urgentie was om de decisie te nemen waarop door Burg. en Weth. thans wordt aangedrongen. „Waar op dit oogenblik," zoo lezen wij daar, „de hoeveelheid alluviaal water in de winplaats zóó groot is, dat de bronwellen, die het diluviale water aanvoeren, sedert October 1912, geheel zijn afgesloten, meent zij" (de minderheid) „dat van urgentie niet kan worden gesproken." 
Wij lezen daaruit dus, dat sedert October de artesische bronnen afgesloten waren en dat het sedert dien gebleken was, dat het grondwater aan de oppervlakte alleen in staat was geweest om in de waterbehoefte van Amsterdam te te voorzien. Het artesische water had derhalve zóó overvloedig gevloeid, dat men tot October 1912 niet alleen in staat was geweest daarmede geheel in de behoefte van Amsterdam te voorzien, maar met het meerdere, dat niet naar zee was afgevloeid, was de grond boven den kanaalbodem, die vóór 1903 schier geheel droog was gepompt, weder met water verzadigd kunnen worden.   Er was dus een toestand
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.