DE PARCK.
2!)
Zij behoudt evenwel een tiend in de Pank,
later de Goltsteynsche tiend genaamd, die zij met,
haar man (bij die gelegenheid den HoochEdele en
Manhaften Jo/tau Pier de la Hitte dar Moijse en
Captyn genoemd) o. a. den 7en Mrt. 1663 ver-
pacht.
Zij, wederom weduwe zijnde, sterft in 1676 en
toen komt de Goltsteynsche tiend aan hare kinderen
of hunne erven uit het le huwelijk, ieder voor 'A
gedeelte. Deze waren:
1°. Jacob, tr. Maria van Reynouw; hij krijgt bij
erfscheiding de Heerlijkheid Reynouw van zijne
zuster Maria. Zij hebben eene dochter Catharina,
vrouwe v. Reynouw;
2°. Elisabeth, tr. 1°. Hendrik Willem Bentinck
tot Obicht en Kessenicht, sterft vóór 1677 en 2°.
Frans Jacob Baron van Waes Heer v. Kessenicht,
enz.;
3°. Maria Margrieta, tr. lo. Hubert van Schoor-
dijck, Heer van Reynouw, Oudecoop en Heycoop
en 2°. vóór 1677 Johan Ingennulandt, Pandhecr
tot Angeroort en
4°. Sophie Willemine, tr. Rudolf van Kaersolle,
sterft vóór 1677, uit welk huwelijk drie dochters:
Johanna Elisabeth, Aleyda Louise en Maria ge-
boren werden.
In 1684 verkoopt Frans Jacob Baron van Waes