32
DE PARCK.
meester te Nijmegen, is Landschrijver van Over-
betuwe in der tijd (Zie zijn zegel op de tabel
N°. 15; het helmteeken is eene ster).
1685. Johanna Elisabeth en Aleyda Louisa van
Haersolte, neffens den volmagtiger van Maria van
Haersolte gesusteren, alle Mundige nagelatene Kin-
deren van wijlen Rudolph van Haersolte en Sophia
Wilhelmina van Goltsteyn, verkoopen een vierde
deel der goldsteynsche Tierde bij de Parck aen
Heilwich van Lijnden, Douarière van den Burggr.
Johan van Weideren. Deeze Tiende was hun aen-
gekomen van hun grootvader Willem van Goltsteyn.
Deze geheele tiend komt later aan de Parck
terug, zooals nader blijken zal. Johan Amlrosinn
v. Bronckhorst nu, hierboven genoemd, was Kapi-
tein en compareerde in de Ridderschap van Nij-
megen van 1614—46 ; mogelijk is hij in dit laatste
jaar overleden; zijn sterfjaar heb ik niet opge-
teekend gevonden, doch hij laat bij zijn dood min-
derjarige kinderen na, o. a. een zoon Amlrosius,
later ook Kapitein en na zijns vaders dood Heer
van de Parck. De voogd dezer kinderen Cornelius
o. Bronckhorst tot de Poll, gedeputeerde in H.
Hoog Mogende en Ambtman en Richter in Over-
Betutce in 1657 , gestorven in 1671, jongere
broeder huns vaders, getrouwd met Agnes v. Aes-
tdjti, zuster hunner moeder, verkoopt echter de