4
Hand. 13 : 6 lezen wij van een zekeren tooveuaar Simon, een
valsclieu profeet. Het woord daar door //toovenaar" weergegeven
is hetzelfde als in ons verhaal met »wijze" vertaald is.
De ster (vs. 2). Het doel van hun tocht was blijkbaar .Teiuzalem.
Wat zij er kwamen doen ? Dat blijkt uit hun vragen: //Waar is
de geboren koning der Joden ? Want wij hebben zijn ster gezien
in het Oosten, en zijn gekomen om hem te aanbidden."
Zij hadden een bijzondere ster gezien aan den hemel, en
daaruit opgemaakt dat' er iets bijzonders moest gebeurd zijn. Deze
» wijzen" waren dus sterrewïchelanrs, menschen, die gewend waren
uit de sterren te voorspellen wat op aarde geschieden zou.
Wij moeten dezen niet gelijkstellen met de sterrekundigen van
onze dagen, die den hemel onderzoeken, om den loop der sterren
te berekenen. Het was hun niet om kennis van den sterrenhemel
te doen, maar om wijsheid en licht te kunnen verspreiden 'in de
dingeu die men langs den gewonen weg van onderzoek en naden-
ken niet weten kon. Alleen wie daartoe van de goden de'gaven
ontvangen hadden, konden deze kunst beoefenen.
Zoo was het de voorstelling onder de heideneu, waartoe ook
deze wijzen behoorden. De ontdekkingen die zij aan den sterren-
hemel meenden te doen, en de voorspelliugen, die zij dan deden
hooren, zullen wel niet altijd zijn uitgekomen. Hun geheele
kunst was een zeer duistere zaak, en dus ook een tasten in het
donker.
Maar nu heeft God een bijzondere ster aan den hemel doen
verschijnen, om daardoor hun aandacht te vestigen op hetgeen in
het Joodsche land geschied was, ook ten behoeve van de Heiden-
wereld. Het is toch niet waarschijnlijk, dat in dit verhaal een
ster bedoeld is, die, volgens berekening der sterrekundigen, in
dien tijd aan den hemel te zien zou geweest zijn. De wijzen zien
de ster in het Oosten, zien haar niet gedurende de reis, en dan
weer wel op den weg van Jeruzalem naar Bethlehem. Dat is dus
een ster, bepaald voor hen.
Als zij die ster zien, dan komen zij terstond overeen dat de
verwachte koning der Joden geboren moet zijn, en zij besluiten
samen op reis te gaan om Hem te aanbidden.
Op die gedachte waren zij niet gekomen als zij niet geweten
hadden, dat die koning der Joden moest geboren worden. En
waaruit wisten zij dat ? Bij de Joden was het bekend door de
voorspellingen der profeten. Door de ballingschap van de Joden
was het ook bekend geworden bij de Heidenen in het Oosten.
Er leefden zoovelen van Gods volk buiten de grenzen van hun
land, dat wij ons niet verwonderen moeten over de algemeene
verbreiding van hunne verwachting. Dan kunnen wij ons gerust
voorstellen, dat de wijzen gaarne kennis namen van de voorspel-