Full text: Leesboek tot oefening in het kunstmatig lezen / door N. Anslijn Nz 1e stukje,...

103 
naar den meermaals bezochten heuvel, waar ik 
als aanschouwer het voorbijgaan der gansche 
wereld, de laatste bedrijven van dezen verloopen 
dag nog wil gadeslaan. — Grauwe^ nacht! hoe 
strijdig zijt gij. met den helderen dag! Alles is 
thans rondom mij als dood, en alle schepsel 
schijnt öf te rusten, öf aan de verrichtingen van 
den volgenden dag te denken. — Thans laat zich 
het aangename gezang der vogelen niet meer 
hooren.....geene grazende kudden meer in de 
weelderige valleien. — Welk een tooneel! Uit 
gindsche dampige wolk verheft de vriendelijke maan 
haar zilveren aangezicht — zoo in een oogenblik 
schiet zij als eene vorstin hare stralen uit over 
de wereld, en de vermoeide wandelaar dankt 
voor het heldere licht, dat hem getrouwelijk waar- 
schuwt voor de gevaarlijken kuilen en afgronden. -— 
Hoe groot, hoe onnaspeurlijk groot moet niet 
de Schepper van deze hemelbollen zijn! — Mil- 
lioenen hemelbollen — allen verkondigers Zijner 
alinacht — welk sterfelijk oog kan de loopbaan 
dezer overgroote lichamen doorzien ? Wat schran- 
der vernuft kan tot in de geheimen des Almach- 
tigen doordringen ? — O, Heer ! voor U zijn 
de menschen als stof, en hunne gedachten zijn 
als niets. Toen van Uw' verheven troon , ten 
dage der schepping, de stem Uwer almacht uit- 
ging .... liet, worde, spraakt Gij met ongehoorde
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.