54
§ 19-
II. Het Proza,
a. Welsprekendheid.
In bewuste tegenstelling van het overladen en gezwollen
genus Asiaticum legde men zich, vooral in navolging van
Lysias, op het genus Atticum toe, waarvan gezochte eenvou-
digheid en schraalheid de kenmerkende eigenschappen waren;
tusschen beiden in stond het genus Rhodium. De voornaamste
vertegenwoordiger van het genus Asiaticum was Hortensius,
van het genus Atticum Caesar, M. Brutus, Caelius Rufus
e. a. m., later Asinius Pollio, van het genus Rhodium Cicero.
Met het staatkundig leven verdween in het tijdvak van Augus-
tus ook de welsprekendheid van het forum. Zij zocht een
schuilplaats in den Senaat, in de terechtzittingen der centum-
viri, maar vooral in de school en de gehoorzaal; in de plaats
van de openbare, praktische welsprekendheid trad de rhethorica
en de verhandelingen, de redenaars werden door rhetoren
vervangen (m, verg. Tac. Dial. 14: novorum rhetor um —
veterum oratorum). De rhetorica was wel is waar sedert den
tijd van Sulla door Grieksehe leeraren naar Rome gebracht,
en Cicero had reeds de theorie met de praktijk verbonden,
maar tot haar vollen bloei kon zij eerst geraken onder om-
standigheden, gelijk die door het keizerrijk geboren werden.
De welsprekendheid trachtte geen praktisch doel meer te
bereiken; de onderwerpen waren gefingeerd; schoonheid van
den vorm, behendigheid en fraaie voordracht waren de hoofd-
zaak. Men verdeelde deze redevoeringen in controversiae.
suasoriae en laudationes of vituperationes.
Beroemde redenaars in de eerste helft van dit tijdvak waren
(behalve Q. Hortensius, m. z. § 12) Caesar {summis orato-
ribus aemulus, Tac. Ann. XIII. 3). M. Calidius, C. Mem-
mius, C. Curio, M. Caelius Rufus, iets later Asinius
Pollio (de strengste beoefenaar van het genus Atticum,hard