20
Jk ben erg benieuwd, hoe grootvader en grootmoeder de
presentjes vinden zullen. Ik denk wel, dat zij er blijde mee
zullen zyn. En vooral grootmoeder. Die houdt zooveel van
vogels.
11. Uit zwakheid een dief.
Kleine Erits was een jongen van elf jaar. Ieder, die hem
kende, hield van hem; die hem niet dikwijls zagen, hielden
zelfs veel van hem. En geen wonder ook. Frits was steeds
gereed, anderen van dienst te zyn. Geen moeite was hem
te groot, als hy zag, dat hij er iemand genoegen mede kon
doen. Nu is hulpvaardigheid een groote deugd, vooral als
men haar niet beoefent om beloond te worden. En dat
was het geval met Frits. Had hij iemand geholpen, dan
wachtte hij niet eens zoo lang, tot hij bedankt werd. Zoo-
dra zijn hulp niet meer noodig was, zag men hem niet meer.
Maar hoezeer vader en moeder deze deugd in hun kind
prezen, er kwam ongelukkig iets bij, dat hun niet aangenaam
was. Frits was zoo hulpvaardig, dat hij nooit iets durfde
weigeren. ,/Neen!" had hij nog nooit geantwoord, als men
hem vroeg om te heipen. En dat is bijna zijn ongeluk
geworden. Leest maar verder.
Op dezelfde school, waar Frits ging, was een jongen met
wien Frits veel omging. Zij woonden dicht bij elkander
en op school zaten zy in dezelfde klasse. Die jongen hield
ook veel van Frits. Hoe dikwijls was het niet gebeurd,
dat Frits hem voorzag van wat hij vergeten had. Hoe
menigmaal had Frits hem geholpen aan zijn huiswerk, hoe
menigwerf stond Frits buiten te wachten, als zijn buurjon-
gen .)an moe.st nablijven. Kortom, Jan en Frits waren bij
elkander, alsof de een de schaduw was van den ander.