23
anderen. Komt tijd, komt raad." Maar het meisje, al sprak
zij er niet meer over tegen vader, rustte toch niet, eer zij
er iets op gevonden had. Van een stoelenmattersvrouw, die
zij eens in het zelfde slaaphuis ontmoette, leerde zij breien,
netten knoopen en stoelen matten. Zoodoende verdiende zij,
al reizende, een aardig stuivertje. Toen zij dat geld twee
jaar gespaard had, en het wezenlyk al een aardig sommetje
geworden was, kwam zij met haar plannetje voor den dag.
Dicht by een stad wilde zij gaan wonen; op marktdag kon
vader met zyn orgel de stad ingaan, maar de overige dagen
moest hij thuis blijven. Samen zouden zij met stoelen mat-
ten en netten breien den kost zien te verdienen. Eerst wilde
vader er niet van weten. Hij was dat zwervend leven zoo
gewoon, dat hy bang was zich thuis te zullen vervelen,
maar hij beloofde het eens te zuUen beproeven. En wezenlijk,
het viel hem mee. Nog geen half jaar woonden zij daar,
toen hij zijn orgel niet meer gebruikte. Behalve het vroeger
opgenoemde werk, maakte hij nog vogelkooitjes en zijn
dochtertje, die ook terdege medewerkte, wist nog tijd te
vinden, om van een buurjongen te leeren lezen en schrijven.
Dat de aap zijn laatste dagen in rust sleet, begrijpt ge
zeker wel.
13. Wiens scliuld was hetJ
Niets is gemakkelyker, dan de fouten van anderen op te
merken en er heel wat van te zeggen. Wordt er gestolen,
iedereen heeft er dadelijk den mond vol van, ieder bedenkt
een straf, die de misdadiger ondergaan moet. Ziet men een
dronkaard, die door de politie opgebracht wordt, dadelijk
boort men afkeurend over den man spreken en tal van
onaangename gezegden worden den man naar het hoofd