11
gevonden ? zou men dus kunnen vertalen: Has not the man
found the knife? en Has the man not found the knife?
Beide uitdrukkingen beteekenen niet geheel 't zelfde. Has not
the man etc., is de gewone wijze van spreken in de conversatie
of in gemeenzamen stijl. In Has the man not etc. valt de nadruk
op not; 'tis alsof men zeggen wil: Heeft hij het niet gevonden', —
dat verwondert mij; ik dacht van wèl.
Gebruik bij 't maken der opstellen den eersten vorm.
Ja,
neen,
niet,
niets,
Sir.
madam.
miss.
yes. Mijnheer,
no. Mevrouw,
not. Mejuffrouw,
not anything. Mejuffrouw,
nothing. Jongejuffrouw,
maar, hut of, or.
en, and. in, in.
met, with. van, of.
Geen, no, blijft vóór elk naamwoord onveranderd voor alle ge-
tallen en geslachten.
Het niet-bepalend lidwoord {indef'inite article) is a en an, of
beter an en a\ want het laatste is van 'teerste gevormd.
A wordt gebruikt vóór woorden, die met een' medeklinker
(con'sonant) beginnen of met een' klinker, die als een medeklinker
wordt uitgesproken. Men zegt derhalve a man, a woman, a
horse, a hat, maar ook a ewer, eene lampetkan, omdat het woord
ewer wordt uitgesproken joewer, dus juist zoo, alsof dit woord
met eene j (dus met een' medeklinker) begon
An wordt gebruikt vóór woorden, die met eene klinkletter
(vowel) of eene stomme h (eetsj) beginnen. Zoo zegt men b.v. an
apple, een appel en an hour, een uur.
De h van hour is stom: de eerstvolgende letter is derhalve een
klinker, daarom an en niet a.
Het vragend voornaamwoord welk, which blijft altijd onveran-
derd vóór alle getallen en geslachten en in alle naamvallen:
Which man ? which woman 9 which book 9
') Tot oefening late men den leerling uitspreken: By which wilch have you
been bewitched?