14
Derde Les. — Third Lesson.
Bevestigend.
Wij hebben,
zij hebben,
Ontkennend.
we have. "Wij hebben niet, we have not.
they have. zij hebben niet, they have not.
Het mv. zij, van mannen of van vrouwen sprekende, is altjjd
they.
Vragend.
Hebben wij? have we9
hebben zij? have they 9
Hebben wij niet? have we not (not we)9
hebben zij niet? have they not (not they)?
Een kleermaker, a tailor. een molenaar, a miller.
een oom, an uncle. eene kamer, a room.
eene tante. an aunt. een tuin, a garden.
een jongen, a boy. een huis. a house.
een meisje. a girl. eene school, a school.
een meester, a master. {sch als sk.)
een onderwijzer. a teacher. eene kerk, a church.
een schoen. a shoe. de boter, the butter.
oud, old. rijk, rich.
jong,
mooi,
schoon,
young.
fine
pretty.
handsome.
beautiful.
arm,
2) klein,
goed, zoet,
poor,
small,
little,
good.
') Beautiful is de sterkste uitdrukking van de vier, wat beautiful is, vol-
doet aan alle eisohen van 't schoonheidsgevoel. Handsome zegt men veeltijds
van hetgeen kloek, treffend en edel is, pretty vereenigt de hoedanigheden klein,